Met overstappen in Pontresina en Samedan keerden we terug naar Chur.

Dinsdag 1 juni bezochten we eerst Landquart, waar de creme-blauwe salonrijtuigen werden gespot en men bij de werkplaats nog altijd bezig was de voor Griekenland bestemde smalspoor-treinstellen af te werken en te testen. Vervolgens werd met diverse verdere tussenstops een rondje gedaan langs Davos en Filisur terug naar Chur. Er werden al heel wat rijtuigen in MGB-uitmonstering waargenomen (Matterhorn Gotthard Bahn, de opvolger van Brig-Visp-Zermatt-bahn en Furka Oberalp-bahn).

Woensdag 2 juni reisden we per postautobus (!) via Thusis over de San Bernardino-pas naar Bellinzona, met onderweg hoog en fascinerend uitzicht. De bus passeert het nog aanwezige eindstation Mesocco van de inmiddels (bijkant) opgeheven Rhätische Bahn-lijn vanuit Bellinzona en onderweg zagen we af en toe nog iets van (de restanten van) deze lijn.
Van Bellinzona ging het met het normaalspoor naar Lugano, ooit een knooppunt van allerlei leuke lokaal-lijntjes. Bij het station toefden we nog even bij het beginpunt van de als enige overgebleven en nu tot moderne voorstadslijn omgevormde smalspoorlijn naar Ponte Teresa. Naar de stad Lugano zelf moet je vanaf het station afdalen met een zeer druk beklante funiculaire. Een stadswandeling biedt vele mooie aanblikken en zo ook een loopje langs de meer-oever. Het is wel druk toeristisch overigens.
Langs dezelfde route werd teruggekeerd naar Chur, van waaruit ’s-avonds nog een retourritje over de lijn naar Arosa werd gemaakt. Het viaduct bij Langwies was in (groot) onderhoud, dus de treindienst tijdelijk ingekort.

Donderdag 3 juni werd ’s ochtends eerst de Bahnladen in Landquart bezocht, waarna de jacht op de in de omloop verkerende eloc 627 werd ingezet, waarvan Renald nog een opname wilde maken ; en passant werd de eloc 622 ”Arosa” waargenomen. Via de Vereina ging het

  naar Scuol en retour naar het overstap- en autotrein-opstapstation Sagliains, alwaar tijdens het flitsende overstapstreffen tussen de treinen van en naar Scuol het ”wild” kon worden geschoten, en vervolgens door naar Samedan, van waaruit via het Albula-tracé en het Landwasser-viaduct werd teruggekeerd naar Chur; na een eerder klein rondje via Davos en Filisur nu dus een groot rondje via Vereina en Albula, met altijd weer schitterende uitzichten rondom langstrekkend.

Vrijdag 4 juni ging het met de SBB langs Landquart richting Zürich en met overstappen in Thalwil via Zug verder naar Luzern. Een imposant modern station dat ook ruimte biedt aan de smalsporige Stansstadt-Engelberg- en Brünig-bahn (naar Interlaken) heeft het afgebrande monumentale klassieke stations-gebouw vervangen, waarvan op het voorplein als herinnering nog een stuk van de entree-poort is behouden. Wie zoals wij wat dieper in de oude binnenstad van Luzern doordrongen, met zijn vele indrukwekkend beschilderde gevels, zal ontdekken dat er naast de bekende houten Kapelbrücke (ook al eens grotendeels afgebrand, maar herbouwd, al konden vele originele onder de overkapping aangebrachte driehoekige schilderijen welke als een soort stripverhaal met rijm-bijschriften de oude geschiedenis van Luzern en omgeving verhalen, helaas niet worden hersteld) nog een tweede kleinere soortgelijke brug verderop de rivier overspant, aan welks stroming de overvloedige regenval in die periode wel viel aan te zien. Onze schreden (per trolley-bus) richtten zich vervolgens naar het Verkehrshaus waar onder meer een fraaie collectie tram- en treinvoertuigen te bewonderen is. In het aan het wegverkeer gewijde gebouw vindt men een presentatie over de reis van Zuid-Duitsland naar Noord-Italië via Zwitserland in het jaar 1875, welke dan drie dagen in beslag neemt : deels per spoor, met de boot over het Vierwoudstedenmeer en afgewisseld met de postkoets over reeds gereed gekomen gedeelten van de Gotthard-spoorlijn in aanleg!


3 SPOOR II NIEUWS nr. 16 5/2004 <<< >>>